De heer S.D. Duyverman 1907 – 1995

Op 19 januari 1995 overleed te Scheveningen de heer Sybrandus Dirk (Brandus) Duyverman.

Hij werd geboren in Leiden op 21 april 1907 en vernoemd naar zijn grootvader van moederskant. Deze Sybrandus Dirk van Campen was als adjudant-onderofficier voorafgaand aan zijn pensioen werkzaam als administrateur van het Militair Hospitaal in Leiden. Hij was van mening “dat het hiernamaals bestaat uit de herinnering die wij achterlaten”. Rond 1900 had hij niet kunnen vermoeden hoezeer internet hem zou kunnen helpen bij de realisatie van zijn overtuiging.

De vader van Brandus was Frederik Hendrik Duyverman (1870-1957), een in Leiden zeer bekende onderwijzer omdat hij zoveel jongens en meisjes door hun lagere school had geloodst en vanwege zijn strenge opvattingen. Zijn moeder was Maria Catharina van Campen (1880-1948). Zij was onderwijzeres, een beroep dat zij ook tijdens haar huwelijk nog bleef uitoefenen, een bijzonderheid in die tijd. Brandus had een oudere broer Jan (Jan Pieter 1905-2003) en een jonger zusje Rie (Marie Catharina 1909-1988).

S.D. Duijverman doorliep de HBS-B (Hogere Burgerschool) aan de Burggravenlaan in Leiden, van ca. 1919 tot 1924. Daar liet hij al, als voorzitter van de schoolvereniging MTGS, zijn bestuurlijke kwaliteiten zien. Na de HBS werd hij toegelaten tot de officiersopleiding van het KIM (Koninklijk Instituut voor de Marine), waar hij in ca. 1928 afstudeerde als luitenant-ter-zee van administratie. Als officier van administratie was hij verantwoordelijk voor de logistiek van een schip, zoals bijvoorbeeld de onderzeeboot De Tijgerhaai, waarop hij voer. Hij gaf leiding aan de marinemensen in zijn werkgebied, was verantwoordelijk voor de financiële en personele administratie en gaf zijn commandant advies inzake wetten en voorschriften. Belangrijk onderdeel was ook de bevoorrading en het kombuis-bedrijf.

Na verschillende functies werd S.D. Duyverman in 1931 uitgezonden naar Indië, reden ook om in het huwelijk te treden. Hij trouwde op 17 februari 1931 met Deetje (Aleida) van der Lee, geboren op 27 april 1907 in Grissee op Java in het voormalig Nederlands-Indië, dochter van Alfred van der Lee en Lucie Holle.

S.D. Duyverman Brandus en Deetje leerden elkaar kennen in Amsterdam. Toen hij als marineofficier in Indië werd geplaatst, trouwden zij dus. De eerste jaren van hun huwelijk woonden zij in Soerabaya. In 1937, na zes jaar in Indië, werden zij gerepatrieerd. Eerst woonden zij in Huisduinen en rond het begin van W.O. II verhuisden zij naar de 2e Schuytstraat 171 in Den Haag. Daar hebben zij hun leven verder doorgebracht en tal van mensen gastvrij onthaald.
Brandus en Deetje kregen vier kinderen: Dick, Alf, Lucy en Ineke.

Tussen 1937 en 1942 vervulde S.D. Duyverman zijn functie als officier van administratie, aan boord en aan wal. Zie ook de foto hiernaast van 1 januari 1940.

In 1942 werd hij door de Nazi’s geïnterneerd. Hij was in krijgsgevangenschap vanaf 9 mei 1942 in Langwasser, Stanislau en Neubrandenburg; door de Russen bevrijd op 28 april 1945. Dr. Ph. M. Bosscher schrijft in De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog:

“Sommigen hebben zich zeer ingespannen ten behoeve hunner kampgenoten. Als zodanig mag zeker genoemd worden de Officier van Administratie der Tweede Klasse S.D. Duyverman. Deze heeft reeds te Langwasser de leiding genomen van het kombuisbedrijf en dat verder tot de bevrijding van het kamp te Neubrandenburg op voortreffelijke wijze gedirigeerd”.

Een uitgangspunt van zijn aanpak was dat de krijgsgevangenen die voedselpakketjes vanuit Holland kregen toegezonden, deze inleverden ten behoeve van anderen die dat meer nodig hadden.

Deetje Duyverman - van der Lee
Deetje Duyverman – van der Lee

Terwijl hij zich in krijgsgevangenschap bevond had zijn echtgenote Deetje de eerste verdieping van hun huis verhuurd aan twee studenten in het verzet die onder meer Joodse meisjes verborgen en valse levensmiddelenkaarten drukten. Van deze Pim en Marius Woltjer werd de laatste door de Gestapo opgepikt en in een kamp geïnterneerd, hetgeen hij niet overleefde. (zie ook” Drie herdenkingsmonumenten met 45 namen, Sjoukje Atema en Corien Glaudemans, Haags gemeentearchief, 2012).

In krijgsgevangenschap was hij lid van het kwartet Walther Boer, bestaande uit S.D. Duyverman, 1ste viool; H.C.C.M. Kuipéri, 2de viool; P.S.C. Baron van Randwijk, altviool en Dr. C.L. Walther Boer, violon-cello.

Na de oorlog werd hij in korte tijd bevorderd tot Kapitein-ter-Zee van Administratie. Beroepsmatig was hij vooral gericht op de verbetering van de administratieve organisatie van de Koninklijke Marine. Maar ook sociaal was hij betrokken. Naar het oordeel van het hoofdbestuur van de Koninklijke Vereniging van Marine officieren KVMO bij zijn overlijden “is hij voor de KVMO van grote betekenis geweest want dankzij zijn inspanningen kwam het verenigingsleven van de marine officieren na W.O. II weer op gang”.

In zijn boek “Staatsbelang en krijgsmacht” schrijft defensieminister Dr. P.B.R. de Geus over de jaren vijftig van de vorige eeuw dat minister Staf, generaal Hasselman en Duyverman, de directeur-generaal, goed met elkaar konden opschieten. “Gezamenlijk hebben zij de Koninklijke Landmacht weer op poten gezet”, aldus oud-minister De Geus.

S.D. Duyverman was Directeur-generaal Materieel van Defensie van 1953 tot 1964. Inzake het materieelbeheer hield hij van een strakke lijn, hetgeen hem door de militairen niet altijd in dank werd afgenomen. Zij wensten nieuwe banden voor het materieel terwijl er nog goede, maar gebruikte, op voorraad waren in de depots. De D-G hield de vinger aan de pols en belde met de depotbeheerders. Banden genoeg.
Hij ging met ontslag wegens verschil van inzicht met de politieke leiding (i.c. de latere premier De Jong) over de door deze doorgevoerde zgn. verticale organisatie van de krijgsmacht. De heer P.J.S. de Jong is alom gerespecteerd als zee-officier en als premier. Hij was ook welkom en aanwezig bij de crematieplechtigheid voor S.D. Duyverman, zijn ouderejaars.

Inzake de organisatie van het financiële en materiële beheer van Defensie leek Minister De Jong het gelijk niet aan zijn kant te hebben. Hij was volgens ondergetekende nog teveel marineman om dit gezamenlijke beheer van landmacht, luchtmacht en marine te aanvaarden. S.D. Duyverman was juist voorstander van deze gezamenlijkheid.
De verticale structuur van de krijgsmacht van Minister De Jong leidde tot opsplitsing van het financiële en materiële beheer van Defensie. Had Minister De Jong maar oor gehad voor de argumenten van Directeur-generaal Duyverman, die niet afkerig was van invloed en die van degradatie niet wilde weten, doch volgens ondergetekende zijn commandant loyaal adviseerde tot geïntegreerd financieel en materieel beheer van de Krijgsmacht.

Hij was naamgever van het Duyverman Computer Centrum in Maasland. Bij zijn overlijden werd namens bestuursraad, directie en medewerkers van dit DCC het volgende gememoreerd:

“Als Directeur-generaal van het Ministerie van Defensie was hij de grondlegger van de automatisering van het departement. Hij heeft in belangrijke mate bijgedragen aan het ontstaan van ons automatiseringscentrum”.

Hij was voorzitter van de CAR, de Commissie Automatisering Rijksdienst, en werd na zijn vertrek bij Defensie aangezocht als directeur van het Studiecentrum voor Administratieve Automatisering. S.D. Duyverman was directeur van deze Stichting in Amsterdam van 1965 tot aan zijn pensionering in 1972 en daarna tot 1982 bestuurslid van verschillende organisaties op het gebied van de informatica, nationaal en internationaal.

Hij was één van de initiators en oprichters van de Nederlandse Vereniging van Registerinformatici VRI en hij was erelid van het Nederlands Genootschap voor Informatica, bij de totstandkoming waarvan hij volgens de leiding van deze organisatie “een grote rol heeft gespeeld en mede dankzij zijn bijzondere bestuurlijke kwaliteiten ontving hij het erelidmaatschap van het Genootschap”.

S.D. Duyverman ontving de volgende onderscheidingen:
– Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
– Officier in de Orde van Oranje Nassau
– Grootofficier in de Orde van Leopold II (België)
– het oorlogs-herinneringskruis met de gesp, Nederland Mei 1940 voor “bijzondere krijgsverrichting”
– het Herinneringskruis 1940-1945 van het Nederlandse Rode Kruis
– Onderscheidingsteken voor langdurige dienst als officier (20 jaar)

In 1982 nam hij in het Amstel Hotel in Amsterdam afscheid van zijn werkrelaties en zijn publieke functies. Ondergetekende mocht daarbij de muziek verzorgen.De heer S.D. DuyvermanVeel mensen hebben met succes een beroep gedaan op zijn steun in kwesties, waar zij zelf niet doorheen kwamen en anderen hebben geprobeerd iets onreglementair te fiksen, waarbij zij hem tegenkwamen. In zijn vrije tijd was hij een gepassioneerde violist en een aansprekende toneelspeler.
Voor ondergetekende was hij een oom die je aan het lachen maakte, die werd gemist toen hij in krijgsgevangenschap was, die je steunde als er dingen fout gingen in je leven, die je begeleidde op zoek naar nieuw werk en die je partners welkom heette. En hij leerde je de liefde voor de viool.

Op 13 maart 1993 overleed zijn echtgenote Deetje. Sybrandus Dirk Duyverman is bijna twee jaar later overleden aan de gevolgen van ouderdom. De crematieplechtigheid heeft plaats gevonden in Ockenburgh in Den Haag op woensdag 25 januari 1995.

De capitulatie van de Nazi’s 75 jaar geleden had extra betekenis voor hem, zijn krijgsgevangenschap was voorbij en hij kon eindelijk terug naar huis en zijn gezin in een bevrijd Nederland, waar hij ook zijn loopbaan weer met bezieling kon oppakken”.

In onze herinnering leeft hij voort.

Alex F. W. Duyverman
Dordrecht mei 2020