De heer J.P. Duyverman 1905 – 2003

Dr. Jan Pieter Duyverman werd geboren op 27 november 1905 in Leiden en overleed aldaar op 10 september 2003.

Zijn ouders waren Frederik Hendrik Duyverman (1870-1957) en Maria Catharina van Campen (1880-1948). Zij waren allebei in het onderwijs dus het is niet vreemd dat hun zoon Jan ook die kant op ging. Hij had een jongere broer Brandus met wie hij van jongsaf muziek maakte. Hij speelde piano en Brandus viool. Maar Brandus was marineofficier en vaak op zee en van 1942 tot 1945 door de Nazi’s geïnterneerd. Dus het samenspel kwam na de oorlog pas weer op gang.

Hij doorliep de HBS-B aan de Burggravenlaan in Leiden van 1916 tot 1921. Daarna studeerde hij enige tijd in Leiden als overbrugging omdat hij te jong was voor een formele inschrijving op de NEH (Nederlandse Economische Hogeschool) te Rotterdam, thans Erasmus Universiteit. Daar studeerde hij af in 1927 en werd leraar (docent). Zeer trots was hij op zijn promotie bij Professor C.W. de Vries. Je weet dat omdat zijn promotiedatum 19 november 1936 hem meer deed dan zijn verjaardag. Zijn proefschrift “De Staatswetenschappen in het Middelbaar Onderwijs en het Middelbaar Onderwijs in de Staatswetenschappen” werd uitgegeven door J.B. Wolters Uitgeversmaatschappij N.V. en is opgedragen aan zijn ouders.

Zijn ouderlijk huis verliet hij toen hij ging trouwen met Mia van Hensbergen, omdat hij zich de huur kon veroorloven van De Laat de Kanterstraat 24 en omdat zij “ja” zei op zijn aanzoek. Mia (Anne-Marie) was de oudste dochter van Willem Karel van Hensbergen en Louise Jeanetta Geertruida Smoes. Mia was geboren op 19 december 1911 in Merauke op Nieuw-Guinea, waar haar vader Wim werkte bij een handelsfirma.

Jan en Mia Duyverman – van Hensbergen trouwden op 22 juli 1937. Zij kregen drie kinderen, Alex, Loes en Dorine.

trouwfoto-j.p.duyverman

Hij plantte een kastanjeboompje in de tuin. Dat boompje werd een boom en zijn symbool voor onafhankelijkheid en voor zijn plaats als man en vader.
Later kochten zijn hun huis en hij wilde daar blijven tot zijn overlijden. Dat is dankzij zijn beminde gade, zijn dochters en schoonzoons en alle hulp om heen, gelukt. De aandacht die hij kreeg van familie, vrienden en bekenden heeft daar zeker aan bijgedragen.

Jan-Pieter Duyverman had ook een jonger zusje Rietje (1909-1988). Zij was getrouwd met Willem Maris. Soms kwamen zij op bezoek in De Laat de Kanterstraat 24 en soms zocht hij hen op in Willemstad (NB) waar zij woonde met Willem en de kinderen. Willem was een prima jager en zodoende verscheen er zo nu en dan in Leiden een fazant of haas op tafel.

Met veel liefde en respect dacht hij aan zijn buren, de familie Ehrenfest. Hij herinnerde zich dat prof. Albert Einstein en prof. Paul Ehrenfest musiceerden op viool en piano wanneer Einstein als vriend van Ehrenfest logeerde aan de Witte Rozenstraat in Leiden. Met Galinka Ehrenfest musiceerde hijzelf met regelmaat.
Uit zijn jeugd kwam een sfeer mee van zuinigheid en vlijt maar ook van het belang van je bekwamen en ontwikkeling, verstandelijk en creatief.

Als vader leerde je hem goed kennen tijdens de oorlog. Hij maakte je vertrouwd met de muziek en vertelde over zijn kabouters Sjaldo, Sjaldi en Sjaldak. Hij leerde je spelletjes. Soms verborg hij zich. Soms ging hij op voedselexpeditie. Hij deed zijn best en hij had het er moeilijk mee, in het bijzonder tijdens de uitzichtloze Hongerwinter. Na de oorlog moesten de verloren jaren worden ingehaald. Hij probeerde je bij zijn werk en andere bezigheden te betrekken en op die manier waren wij op de hoogte van tal van zijn activiteiten en van een deel van zijn kennissenkring.

Hij wilde bewust niet in Leiden lesgeven omdat hij zijn eigen kinderen niet de klas wilde hebben. Maar oud-leerlingen, zoals Wouter Blokhuis, die je later sprak bewaarden goede en leuke herinneringen aan zijn lessen. Hij was ruim veertig jaar docent aan middelbare scholen in Voorschoten, Utrecht, Haarlem en Wassenaar. Tijdens de oorlog was hij even zonder werk, ondergedoken thuis. Maar toen hij in het Oosten des lands een functie kon krijgen als HBS-directeur liet hij die aan zich voorbijgaan omdat hij er op tijd was achtergekomen dat de vacature was ontstaan via ontslag van de Joodse functionaris door de bezetter.

In de tijd van wederopbouw was hij secretaris-penningmeester van de Vereniging Nederlands Fabrikaat. Samen met professor Van Traa dreef hij een repetitiebureau voor Rechtenstudenten, die moeite hadden met het vak economie.

Hij had weinig slaap nodig en zo had hij energie en tijd voor nevenactiviteiten en voor zijn hobby’s zoals piano spelen, componeren, postzegels verzamelen, lezen en corresponderen. Over Jan Rudolf Thorbecke schreef hij ruim dertig artikelen.

Hij was jarenlang secretaris van de Examencommissie voor het Middelbaar Onderwijs. Ook was hij betrokken als examinator bij de Staatsexamens in Staatsrecht en Economie. Hij was heel lang secretais van de VOS (Vereniging van Leraren in het Onderwijs in de Staatswetenschappen). Hij publiceerde over een veelheid van onderwerpen, op zijn vakgebied maar bijvoorbeeld ook over muziek. Het merendeel van zijn duizenden pagina’s aan tekst typte Dr. Duyverman op zijn Underwood-machine die je tot diep in de nacht kon horen tikken totdat hij rust had over de inhoud of toe was aan wat slaap. Zijn studeerkamer was een baken van licht in de donkere straat.

J.P. Duyverman Van 1958 tot 1970 was hij gemeenteraadslid in Leiden. Van 1 september 1970 tot 3 september 1974 was hij Wethouder van Onderwijs aldaar. Hij was lid van een aantal Raadscommissies en voorzitter van de commissies Rekeningen en Onderwijs (zie het Leidse Pluche, Leiden 2001). Na zijn dissertatie in 1936 was zijn grootste schrijverstrots zijn boek “Uit de geheime dagboeken van Aeneas Mackay, Dienaar des Konings, 1806-1876”. Het eerste exemplaar heeft hij in 1987 aangeboden aan de vice-president van de Raad van State. Ondergetekende was daarbij zijn chauffeur.

Het zal duidelijk zijn, dat hij zijn vele activiteiten kon ontplooien dankzij zijn echtgenote Mia, zijn thuisbasis. Zij overleed na hem, op 31 mei 2004.

Op hoge leeftijd zei hij: “er is niemand meer”. Hij bedoelde: “niemand van mijn generatie”. Maar zijn kinderen en kleinkinderen inclusief zijn schoonkinderen met achterkleinkinderen gaven acte de présence. Zo ook enkele vrienden en kennissen. Bij zijn overlijden memoreerde zijn, op 22 april 2009 in Houston verongelukte, vriendin Esther Hageman hun vriendschap en hoe zij die beleefde.

“Ik had een oude vriend, en zal hem vreselijk missen”

“Altijd strevend naar harmonie”

Zo herdacht Ruud Paauw hem in Leidsch Dagblad van 16 september 2003. De heer Paauw schreef ook een In Memoriam in het Leids Jaarboekje 2004.

Gerlof Leistra noemde hem in Elsevier van 27 september 2003 een “Hoffelijke intellectueel”. Hij schreef: “Met zijn eruditie en hoffelijke voorkomen leek Jan Pieter Duyverman een tijdgenoot van zijn grote voorbeeld, de liberale Staatsman Jan Rudolf Thorbecke (1798-1872)”.

Bij de Dodenherdenking op 4 mei denk je altijd weer aan je eigen dierbaren, ook als hun overlijden losstaat van WO II. De blijdschap van mijn moeder en vader met de Bevrijding blijft in mijn geheugen verankerd , ook na 75 jaar.

Dr. Jan Pieter Duyverman bestaat nog steeds op internet. Zo leeft hij voort en is hij nog wat bij ons.

Alex F.W. Duyverman
Dordrecht, mei 2020